Roland Oskam
Persoonlijk Rapport
5 maart 2003
Dit rapport is een hulpmiddel bij de oriëntatie op uw loopbaan. De door u ingevoerde gegevens worden met de grootst mogelijke zorg verwerkt tot een rapport, aan de hand waarvan u zich nader kunt oriënteren op uw loopbaan. Aan de inhoud van het rapport kunnen echter geen rechten worden ontleend.
© Rijksoverheid BZK - 2003 - All Rights Reserved.
Hieronder treft u de rapportage aan van alle tests in de loopbaanscan die u gemaakt hebt. De rapportage bevat uw persoonlijke profiel. Daarnaast geeft de rapportage u een advies als het gaat om een mogelijk passende functierichting en functie. Het advies is richtinggevend en niet richtingbepalend. Het gaat er om u te helpen bij uw oriëntatie op uw loopbaanmogelijkheden binnen de rijksoverheid. De uitkomsten van deze scan nodigen u uit actief met uw ontwikkeling en uw loopbaan aan het werk te gaan. Zoals al eerder aangegeven worden de uitkomsten van de scan nergens opgeslagen; uw rapportage is uw eigendom en kan tenzij u daarom verzoekt, niet in uw personeelsdossier worden opgenomen.
Uw resultaten op de diverse opdrachten die in de loopbaanscan zijn opgenomen, worden allereerst beschreven in aparte onderdelen. Alle onderdelen worden voorafgegaan door een introductie. Tot slot worden al uw resultaten samengenomen en wordt er een functierichting aangegeven die het beste past bij uw persoonlijk profiel, zoals gemeten met deze loopbaanscan. Het rapport bevat geen uitspraken die niet gebaseerd zijn op wat uzelf bij de opdrachten hebt ingevoerd. Daarmee is het uw persoonlijke dossier waarmee u zelf de mogelijkheden op de (interne) arbeidsmarkt van het rijk kunt verkennen.
Wij adviseren u het rapport rustig op u te laten inwerken. Veel uitspraken in het rapport zult u zeker herkennen. Andere zijn wellicht verrassend. Het kan zijn dat u over de uitkomsten van de scan eens met een deskundige wilt praten. Schroom niet nader advies of ondersteuning te vragen als u verder geholpen wilt worden. Het gaat tenslotte om uw loopbaan en de mogelijkheden daarin.
Soms kan het rapport tegenstrijdigheden lijken te bevatten. Dit kan ontstaan doordat de onderdelen van de loopbaanscan verschillende zaken in beeld brengen. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot een verschil tussen de rapportage over 'wie u bent' (uw persoonlijkheid) en 'wat u kunt' (uw competenties en hoe u een gegeven situatie zou aanpakken). Bij een tegenstrijdigheid kunt u zich afvragen hoe dit kan ontstaan. Alle teksten zijn immers gebaseerd op de antwoorden die u zelf heeft gegeven. Misschien gedraagt u zich soms anders dan hoe u denkt dat u bent? Het verdient aanbeveling om mogelijke tegenstrijdigheden met anderen te bespreken en hen te vragen of zij het herkennen.
Bedenk, dat het rapport een hulpmiddel is bij het nadenken over uw toekomst. Het is niet het laatste woord over wie u bent en wat u kunt. Het rapport is zeker geen voorschrift voor wat u moet doen. Wanneer u dingen in het rapport niet begrijpt, kan dat wellicht een extra aanleiding zijn om een en ander eens te bespreken met een loopbaanadviseur.
Uw persoonlijkheid is in sterke mate bepalend voor hoe u zich gedraagt in uiteenlopende situaties. In diverse wetenschappelijke studies is aangetoond dat iemands persoonlijkheid het best kan worden beschreven aan de hand van een vijftal persoonlijkheidskenmerken, te weten: extraversie, vriendelijkheid, zorgvuldigheid, evenwichtigheid en openheid. Hieronder staat uw persoonlijkheidsprofiel op basis van deze vijf kenmerken afgezet tegen een doorsnede van de Nederlandse bevolking.
| Extraversie |
Uw score is:
U bent toegankelijk maar heeft niet altijd behoefte aan gezelschap. U bent iemand die openstaat voor gesprekken met onbekenden. U bent niet zo snel in verlegenheid gebracht, maar u heeft wel een zetje nodig om op gang te komen. U heeft een vaste vrienden- en kennissenkring waar u selectief tijd en aandacht aan besteedt. |
|||||||
| Vriendelijkheid |
Uw score is:
U komt naar voren als een redelijk vriendelijk en hulpvaardig persoon. U beleeft net zoveel plezier aan het samenwerken met anderen als dat u dingen zelfstandig aan pakt. Als anderen een beroep op u doen bent u bereid daarop in te gaan, mits uw eigen belangen niet te zeer in het gedrang komen. U houdt zowel rekening met uw eigen gevoelens als die van anderen. Anderen geeft u in principe uw vertrouwen. |
|||||||
| Zorgvuldig |
Uw score is:
U komt naar voren als iemand die zaken voldoende ordelijk en zorgvuldig aanpakt. Daarbij bent u echter niet altijd even nauwkeurig. U voelt zich vaak verantwoordelijk. In de regel komt u uw afspraken en beloften na, maar soms schiet het er wel eens bij in. Doorgaans houdt u zich aan vaste regels en procedures, maar bij veranderende omstandigheden kunt u deze ook loslaten. |
|||||||
| Evenwichtig |
Uw score is:
U komt naar voren als een nuchter en stabiel persoon. Zaken die op u afkomen laten u vrijwel onbewogen. U raakt zelden of nooit uit uw evenwicht, u maakt zich weinig zorgen en problemen zet u gemakkelijk van u af. U bent zeer gelijkmatig van stemming, zoniet onverstoorbaar. Door anderen wordt u derhalve ervaren als een rationeel, wat ongevoelig, maar zeer stressbestendig persoon. |
|||||||
| Openheid |
Uw score is:
U komt naar voren als iemand die geïnteresseerd is in de wereld om u heen. U heeft een brede belangstelling en bent tamelijk avontuurlijk ingesteld. U doet graag nieuwe ervaringen op en vindt het prettig met enige regelmaat iets aparts te ondernemen of iets nieuws te leren. U denkt wat dieper over zaken na en staat open om deze ter discussie te stellen. |
Wanneer mensen wat geleerd hebben, betekent dit dat ze iets weten wat ze eerder niet wisten (feiten, maar ook inzicht en bewustwording) of dat ze iets kunnen doen wat ze eerder niet konden (vaardigheden). De manier waarop mensen dingen leren kan wezenlijk verschillen. De een leert beter via formele, gestructureerde activiteiten, zoals colleges, case-studies en boeken. Iemand anders leert weer beter door ervaringen die hij of zij in de praktijk opdoet. Iedereen heeft zo zijn eigen persoonlijke stijl van leren. Leerstijlen zijn globaal onder te verdelen in een viertal categorieën. Iedereen maakt in meer of mindere mate gebruik van deze vier leerstijlen die als volgt omschreven kunnen worden:
| Doeners | Gaan volledig en onbevooroordeeld in op nieuwe ervaringen. Zij richten zich op het hier en nu en gedijen vooral in kortdurende crisissituaties. Zij staan open voor nieuwe dingen. |
| Waarnemers | Bewaren graag enige afstand om ervaringen te overdenken en deze te bekijken vanuit meerdere invalshoeken. Ze verzamelen gegevens en denken hier graag grondig over na voordat ze een conclusie trekken. |
| Denkers | Ze denken over problemen na op een stapsgewijze logische manier. Proberen deze problemen in een breder kader te plaatsen en erover te theoretiseren. |
| Toepassers | Proberen ideeën, theorieën en technieken graag uit om te zien of ze in de praktijk werken. Ze gaan daadwerkelijk op zoek naar nieuwe ideeën en grijpen elke kans aan om te experimenteren met toepassingen. |
Hieronder staat weergegeven hoe uw leerstijl eruit ziet. Hoe hoger de score, des te belangrijker is die stijl van leren voor u.
|
In onderstaande tabel staat de mate waarin u denkt dat u in de praktijk een bepaalde competentie beheerst. Uw score is het resultaat van uw antwoorden op de competentievragenlijst en antwoorden op andere onderdelen van de loopbaanscan. Uw profiel wordt op basis van de competenties van uw werkgever hieronder in kaart gebracht. Achterin de bijlage van dit rapport vindt u de omschrijvingen van deze competenties.
Competenties
| 1. Aanspreekbaarheid |
|
|||||||
| 2. Accuratesse |
|
|||||||
| 3. Besluitvaardigheid |
|
|||||||
| 4. Betrokkenheid |
|
|||||||
| 5. Coachend en samenbindend leiderschap |
|
|||||||
| 6. Communicatie |
|
|||||||
| 7. Conceptueel denken |
|
|||||||
| 8. Conflicthantering |
|
|||||||
| 9. Delegeren |
|
|||||||
| 10. Durf, lef |
|
|||||||
| 11. Energiek |
|
|||||||
| 12. Flexibiliteit |
|
|||||||
| 13. Informatie analyse |
|
|||||||
| 14. Initiatief |
|
|||||||
| 15. Innovatief handelen |
|
|||||||
| 16. Integriteit |
|
|||||||
| 17. Interpersoonlijke sensitiviteit (inlevingsvermogen) |
|
|||||||
| 18. Klantgerichtheid |
|
|||||||
| 19. Leren leren |
|
|||||||
| 20. Luisteren |
|
|||||||
| 21. Motiveren |
|
|||||||
| 22. Netwerken |
|
|||||||
| 23. Omgevingssensitiviteit |
|
|||||||
| 24. Onafhankelijkheid |
|
|||||||
| 25. Onderhandelen |
|
|||||||
| 26. Oordeelsvorming |
|
|||||||
| 27. Operationeel management |
|
|||||||
| 28. Organisatiesensitiviteit |
|
|||||||
| 29. Overtuigingskracht |
|
|||||||
| 30. Plannen en organiseren |
|
Competenties
| 31. Politiek bewustzijn |
|
|||||||
| 32. Probleemoplossend gedrag |
|
|||||||
| 33. Projectmatig werken |
|
|||||||
| 34. Rekenschap |
|
|||||||
| 35. Resultaatgerichtheid/ Output gericht sturen |
|
|||||||
| 36. Samenwerken |
|
|||||||
| 37. Snel Schakelen |
|
|||||||
| 38. Strategisch en organisatiegericht sturen |
|
|||||||
| 39. Stressbestendigheid |
|
|||||||
| 40. (Vak)inhoudelijke kennis |
|
|||||||
| 41. Vasthoudendheid |
|
|||||||
| 42. Visie |
|
|||||||
| 43. Voortgang bewaken |
|
|||||||
| 44. Zelfreflectie |
|
U ziet uzelf als iemand die goed in staat is om problemen op te lossen. U onderscheidt daarbij hoofd- van bijzaken, en weet alle relevante dwarsverbanden te leggen. Wanneer u iets niet duidelijk is stelt u adequate gerichte vragen om tot de kern van het probleem door te dringen. U weet vlot de weg te vinden in nieuwe situaties en u maakt zichzelf snel nieuwe kennis eigen. Daarnaast heeft u aangegeven dat u goed in staat bent om afstand te nemen van zaken en deze in een breder verband te plaatsen. In het nemen van besluiten weegt u alle relevante informatie tegen elkaar af, om zodoende tot een weloverwogen oordeel te komen. U kunt meerdere oplossingen voor een probleem bedenken en u kijkt regelmatig verder dan alleen het eigen vakgebied. U bent vindingrijk, met name wat betreft het aandragen van originele oplossingen voor problemen.
Verder heeft u aangegeven dat u in het persoonlijk contact met anderen voldoende luistert en zich ook voldoende verdiept in de ander. U staat daarbij open voor de gevoelens die bij de ander spelen, u toont uw begrip wanneer dat nodig is en u houdt in voldoende mate rekening met de mening en zienswijze van de ander. Wanneer daar een aanleiding voor is onderzoekt u de beweegredenen van anderen, maar u gaat daar niet altijd naar op zoek. U heeft van uzelf de indruk dat u zich voldoende bewust bent van de invloed van uw gedrag op dat van anderen. Wanneer uw manier van optreden in het contact met anderen verder in beschouwing wordt genomen, kunt u makkelijk nieuwe contacten leggen. U bouwt gemakkelijk nieuwe relaties op en u onderhoudt deze zelf actief. Anderen ervaren u als motiverend en stimulerend. U bent bepalend voor de werksfeer, geeft anderen veel vertrouwen en moedigt hen ook voortdurend aan hun grenzen te verleggen. U bent goed in staat om talenten en beperkingen van anderen in te schatten.
Tot slot heeft u het gevoel behoorlijk standvastig te zijn. U kunt goed omgaan met hoge werkdruk, u bent goed aanspreekbaar op uw handelen en neemt altijd uw verantwoordelijkheid. U bent niet gauw uit uw evenwicht gebracht. In tegendeel zelfs, u durft persoonlijk risico's te nemen. Een en ander betekent dat u geen last van stress heeft onder hectische omstandigheden. Anderen weet u goed te overtuigen van uw mening. U bent uit op duidelijkheid en hakt knopen door als de situatie daarom vraagt. U bent energiek en u neemt regelmatig het initiatief. U pakt zaken ook onmiddellijk en voortvarend op als ze zich voordoen. U bent resultaatgericht en waarschijnlijk een harde werker. In discussies met anderen heeft u geen moeite om de nodige argumenten aan te dragen en brengt u uw mening altijd met stelligheid naar voren. Weerstanden bij anderen weet u goed te overwinnen.
U heeft aangegeven dat u goed bent in het analyseren, begrijpen en beredeneren van de situatie of het probleem. Daarbij bent u in staat om zaken of dingen die spelen in een bredere samenhang te beoordelen of te plaatsen. Daarnaast geeft u aan dat u in staat bent zich op een krachtige en stevige manier te manifesteren. Daarbij lukt het u om weerstanden bij anderen te overwinnen. Daarin toont u zich vasthoudend en gaat u, indien nodig, een confrontatie niet uit de weg. In mindere mate zou u vaardig zijn in het omgaan met de gevoelens, emoties en motieven van anderen.
In de praktijk maakt u vooral gebruik van uw sociale en cognitieve competenties. U maakt minder gebruik van de krachtcomptenties. U richt zich in eerste instantie op het beredeneren van het onderliggende probleem. U bekijkt de situatie vanuit diverse invalshoeken en probeert daartussen verbanden te leggen. Daarbij heeft u de neiging om het probleem in een breder kader te plaatsen en diverse alternatieve oplossingen aan te dragen. Daarbij stelt u in de praktijk de relatie met de ander vaak centraal. U stelt zich vriendelijk en inlevend op. U probeert zich in de gevoelens en de beleving van de ander te verdiepen en peilt diens wensen en behoeften. U probeert zich zoveel mogelijk in te leven in de situatie waarin deze zich bevindt. Uw aandacht is gericht op het bereiken van een harmonieuze verhouding met de ander. U zal in maar weinig situaties daadwerkelijk overgaan tot een stellige of krachtige wijze van optreden. U lijkt in mindere mate iemand die zich 'hard' maakt voor een idee of een standpunt.
Mensen streven voortdurend naar het vervullen van fundamentele behoeften. Een aantal van die behoeften komt in sterke mate tot uitdrukking in iemands werkgedrag: de behoefte om iets te bereiken (prestatie), de behoefte aan harmonieuze verhoudingen (erbij te horen, aardig gevonden te worden), de behoefte om macht uit te oefenen (macht) en de behoefte aan onafhankelijkheid (autonomie). Deze behoeften zijn sterk bepalend voor iemands stijl van leidinggeven, de mate van dienstverlening, enz.
| Behoefte aan Prestatie |
Uw score is:
In uw werk blijkt u een sterke behoefte te hebben om taken aan te pakken die een uitdaging voor u zijn. Het dragen van verantwoordelijkheid vindt u vanzelfsprekend. U hebt sterk de behoefte probleemoplossend en vernieuwend bezig te zijn en beter te willen presteren dan anderen. Bij complexe taken ziet u het als een uitdaging deze tot een goed einde te brengen. U vindt het soms zelfs prettig als u onder tijdsdruk kunt werken. |
|||||||
| Behoefte aan Macht |
Uw score is:
In uw werk blijkt u een zekere behoefte te hebben aan het uitoefenen van controle en invloed op anderen, zonder dat u meteen de neiging heeft uw wil aan anderen op te leggen of gebruik te maken van uw positie. Een discussie gaat u niet uit de weg, maar u zal hem echter ook niet opzoeken. In uw besluitvorming kunt u zich vrij stevig opstellen, maar dit zal niet ten koste van alles gaan. |
|||||||
| Behoefte erbij te horen |
Uw score is:
In uw werk blijkt u behoefte te hebben aan het vinden van een juiste balans tussen uw eigen belang en dat van anderen. U hebt er geen probleem mee om met anderen rekening te houden maar niet ten koste van alles. Tot op zekere hoogte bent u toegankelijk voor de (persoonlijke) problemen van anderen. U deelt af en toe complimentjes uit, en u vindt het ook prettig om complimenten van anderen te krijgen in uw werk. Vriendschappelijke banden op het werk gaat u niet uit de weg, maar aan de andere kant gaat u er ook niet naar op zoek. U houdt zich tot op zekere hoogte bezig met de werksfeer en met sommige collega's heeft u een vriendschappelijke band of zou u bereid zijn deze aan te knopen. |
|||||||
| Behoefte aan Autonomie |
Uw score is:
In uw werk blijkt u behoefte te hebben aan een zekere mate van vrijheid en zelfstandigheid. U hebt er begrip voor dat er regels en procedures zijn maar die mogen niet al te knellend zijn en er ook niet toe leiden dat elk initiatief onmogelijk wordt gemaakt. U hebt behoefte aan het dragen van verantwoordelijkheid als het gaat om de inhoud van uw eigen werk. Soms heeft u de behoefte om uw werkzaamheden eens kritisch te bespreken, maar blijft een dergelijke bespreking uit dan is dat voor u geen verhindering zelfstandig verder te werken. U kunt goed zowel alleen als in teamverband werken. |
Niet iedereen streeft hetzelfde na. Dit geldt ook voor het werk. Anders dan bij de fundamentele behoeften kunnen carrièremotieven sterk beinvloed worden door de omstandigheden. Omdat carrièremotieven zo belangrijk zijn voor het kiezen van een loopbaan en het hebben en houden van plezier in het werk, is geïnventariseerd wat voor u de belangrijkste factoren zijn. Het resultaat van die inventarisatie wordt hieronder weergegeven.
| Omhoog |
Deze loopbaanoriëntatie, die gericht is op een opwaartse mobiliteit, wordt gewoonlijk geassocieerd met het vooruitkomen in een zowel hiërarchische als statusgevoelige organisatie. Het verwerven van steeds meer invloed speelt in dit verband een grote rol. Prestige en beloning nemen bij iedere opwaartse beweging toe. Uw score is:
|
|||||||
| Veilig |
Deze loopbaanoriëntatie wordt gekenmerkt door een behoefte aan een veilige baan in een duidelijke organisatie die vooral gekenmerkt wordt door orde en rust. Er wordt de voorkeur gegeven aan een lang en vast dienstverband, erkenning en waardering door de werkgever. In ruil daarvoor biedt iemand met een dergelijke loopbaanoriëntatie een loyale en toegewijde instelling en is daarnaast bereid om hard te werken. Onderling respect, wederkerigheid en loyaliteit is karakteristiek voor deze loopbaanoriëntatie. Uw score is:
|
|||||||
| Vrij |
Deze loopbaanoriëntatie wordt gekenmerkt door het verwerven van persoonlijke autonomie, ruimte en verantwoordelijkheid voor het bereiken van resultaten. Er is een voorkeur om de grenzen te verkennen. Men is bereid zeer hard te werken als daar gunstige voorwaarden tegenover staan, bijvoorbeeld zelfcontrole en onafhankelijkheid. Interessant werk is belangrijk, maar individuele vrijheid het uiteindelijke doel. Uw score is:
|
|||||||
| Balans |
Deze loopbaanoriëntatie is gericht op het zoeken van een optimaal evenwicht tussen werk, privé leven en zelfontwikkeling. De kwaliteit van leven staat hoog in het vaandel en het werk vormt slechts één dimensie daarvan. Zaken die buiten het werk om als belangrijk worden ervaren worden meegewogen bij het maken van loopbaankeuzes. Het werk zelf is er daarbij niet alleen om te werken, maar tevens om zinvolle relaties aan te knopen. Uw score is:
|
|||||||
| Uitdaging |
Deze loopbaanoriëntatie wordt gekenmerkt door een behoefte aan opwinding en uitdaging en een sterke betrokkenheid bij het werk. Men is er op gericht dichtbij het centrum van actie, avontuur en creativiteit te zijn en heeft er zeer veel moeite mee zich van het werk los te maken. Een bureaucratische organisatie wordt als bijzonder remmend ervaren. Autonomie is belangrijk, maar het belangrijkste is opwindend en uitdagend werk. Uw score is:
|
U komt over als aardig en redelijk toegankelijk. U vermijdt niet het gezelschap van anderen, maar u zoekt het ook niet perse op. U kunt prima alleen zijn, hoewel u daar niet de voorkeur aan geeft. Doorgaans kunt u goed met anderen overweg. In het contact bent u loyaal, maar u let toch ook wel op uw eigen positie. U geeft op tijd uw grenzen aan, maar als het nodig is, bent u bereid toe te geven of een stapje terug te doen. Daarnaast bent u origineel, u wilt veel weten en verdiept zich graag in allerlei zaken. Kortom, u heeft een brede belangstelling. In gesprek praat u het liefst over inhoudelijke onderwerpen en u heeft daar ook een eigen mening over. Door anderen kunt u als redelijk energiek gezien worden.
U hoeft verder niet zo op de voorgrond te treden, maar als dat aan de orde is, wordt u daar niet echt zenuwachtig van. U treedt vrij zelfbewust op en kritiek trekt u zich niet persoonlijk aan. U heeft zichzelf vrijwel altijd in de hand. Soms trekt u zich misschien wat terug, maar over het geheel genomen heeft u geen problemen met mensen om uw heen en kunt u de gezelligheid wel waarderen. Mensen ervaren u normaal gesproken als gelijkmatig en kalm. In de omgang met anderen zal u over het algemeen als stabiele factor worden ervaren. U bent ook in staat voor uzelf op te komen; uw zin zal u echter niet zo snel doordrijven. Ook laat u zich niet zo snel opjagen. In die zin maakt u zich niet gauw druk of ongerust.
Tot slot zal u ervaren worden als een scherpzinnig en inventief persoon. U bent geïnteresseerd in de wereld om u heen en u kijkt daar op een kritische manier naar. U bent onafhankelijk; steun en bevestiging voor ideeën heeft u niet nodig. Sterker nog, anderen zullen juist snel geneigd zijn bij u te rade te gaan of steun te zoeken.
U beschrijft uzelf als iemand die zich in de samenwerking met anderen tamelijk vriendelijk en behulpzaam opstelt. Over het algemeen zal u ervaren worden als iemand met wie op een gemakkelijke wijze is samen te werken en ook wel rekening houdt met wensen en verwachtingen van anderen. Normaal gesproken kan men van u op aan. U bent tamelijk collegiaal. U bent ook een geïnteresseerd mens met een brede belangstelling. U vormt uw eigen oordeel, maar u bent best bereid uw mening ter discussie te stellen. U geeft uw collega's uw vertrouwen, maar zeker niet blindelings.
Hoewel u daarnaast niet iemand bent die altijd mensen om zich heen hoeft, bent u toch zeker geen solist. In de samenwerking met anderen bent u over het algemeen redelijk zorgvuldig, maar niet ten koste van alles. U stemt voldoende op anderen af en u doet uw best zich aan afspraken te houden. U bent verder speels en creatief in uw ideeën. U heeft een brede interesse en denkt graag over zaken na. In overlegsituaties accepteert u niet zomaar het eerste beste antwoord, maar vraagt u door. U heeft een kritische kijk op uw omgeving en accepteert niet zomaar veranderingen. In uw oordeelsvorming houdt u echter wel altijd rekening met de opvattingen van anderen.
Tot slot, u bent in uw doen en laten tamelijk georganiseerd en nauwkeurig. U bent ervan overtuigd dat de zaken wel goed zullen gaan en heeft niet de behoefte er met uw neus bovenop te zitten. U voelt zich voldoende verantwoordelijk en u heeft u een koele en zakelijke benadering van problemen en situaties. U laat zich niet opjagen als zaken net iets anders verlopen dan gepland. U bent daarom voldoende stressbestendig.
Het hiervoor geschetste profiel is opgebouwd uit persoonlijkheidskenmerken, motieven en competenties. Daarnaast heeft u aangegeven welk soort werk u aantrekkelijk vindt en daarmee ook welk soort werk minder bij u past. Dit levert het volgende beeld op.
In uw werk geeft u de voorkeur voor werkzaamheden waarbij een beroep gedaan wordt op uw creatieve en innoverende vermogen, waarbij u ook de vrijheid hebt te kiezen voor een eigen aanpak. Bij technische functies zou gedacht kunnen worden aan bijvoorbeeld de functie van architect, restaurateur, musicoloog, grafisch ontwerper, industrieel ontwerper. Verder aan bijvoorbeeld de functie van kunsthistoricus, taalkundige, journalist, musicoloog. Maar ook bijvoorbeeld wetgevingsjurist, beleidsmaker. Bedacht moet ook worden dat werkzaamheden waarbij een groot beroep gedaan moet worden op creatieve en innoverende competenties met name ook te vinden zijn buiten de rijksoverheid.
Gegeven de uitkomsten van de loopbaanscan lijkt het voor u zinvol ook een verdere voortzetting van uw carrière buiten de overheid te overwegen. Voor mensen met uw persoonlijkheid, vaardigheden en werkvoorkeuren zijn er vaak buiten de overheid meer mogelijkheden om een plek te vinden waar zij zich optimaal kunnen ontplooien. Naar aanleiding van de uitkomsten van de loopbaanscan lijkt een verdere ontwikkeling van uw carrière in een overheidsdienst met een sterk uitvoerend karakter, bijvoorbeeld in een agentschap, een logische voortzetting. Het kan echter ook gaan om functies elders waarbij u de concrete resultaten van uw werk kan zien.
Gegeven de uitkomsten van de loopbaanscan lijkt een leidinggevende positie te passen. U geeft aan zowel over de competenties, de persoonskenmerken als ook over de ambities te beschikken die noodzakelijk zijn om een effectieve leidinggevende te zijn dan wel zich in deze richting te ontwikkelen.
Bij het nadenken over functierichtingen is het relevant om op te merken dat u heeft aangegeven:
- Het maakt u niet uit of een eventuele nieuwe functie binnen of buiten de huidige organisatie is.
- U werkt bij voorkeur full-time.
- Uw voorkeur gaat uit naar een vaste functie.
- Zonodig bent u bereid voor een andere functie te verhuizien.
Wanneer u iets aan uw persoonlijke ontwikkeling zou willen doen, dan zou voor u een opleiding, training of andere activiteit in dit kader het meest geschikt zijn, waarbij voor u het onderwerp duidelijk moet passen bij een probleem of gelegenheid in de werksituatie. Het meest baat heeft u dan ook wanneer u technieken krijgt aangereikt, die u direct kan toepassen in uw werk. Daarbij is het voor u zinvol dat u de geprobeerde techniek kan nabespreken met een deskundige, bijvoorbeeld een persoonlijke coach. Ook leert u goed wanneer u duidelijk instructies krijgt of praktische tips over hoe u zaken het best kan aanpakken. U leert minder van activiteiten waarvan u niet meteen het praktisch nut inziet of die niet direct aansluiten bij de behoefte van u op dat moment.
Hieronder en op de volgende pagina staan de omschrijvingen van de 44 competenties van het Ministerie van OC en W, zoals gemeten met de loopbaanscan.
| 1. Aanspreekbaarheid | Aanspreekbaar zijn op eigen houding en werkwijze door openheid en transparantie over eigen motieven en resultaten. |
| 2. Accuratesse | Nauwkeurigheid en precisie in de uitvoering van werk. |
| 3. Besluitvaardigheid | Beslissingen nemen, door acties te gelasten of meningen uit te spreken, ook wanneer zaken onzeker zijn of risico's inhouden. Keuzen maken en knopen doorhakken. |
| 4. Betrokkenheid | Zich verbonden tonen met het werk en de professie en op basis hiervan zichzelf en anderen stimuleren. |
| 5. Coachend en samenbindend leiderschap | Het geven van richting en sturing aan het departement, directie, afdelingen, groepen, projecten en individuele medewerkers, o.m. door het stellen van doelen en het stimuleren van zelfsturend vermogen van medewerkers. Het tot stand brengen en handhaven van doeltreffende samenwerkingsverbanden. |
| 6. Communicatie | Ideeën, meningen en informatie aan anderen duidelijk maken in heldere, beknopte en correcte taal. Zowel mondeling als schriftelijk zodanig communiceren dat de essentie bij de doelgroep overkomt en de relatie goed blijft. |
| 7. Conceptueel denken | Het hanteren van abstracte denkkaders of modellen bij het waarnemen en interpreteren van de werkelijkheid. |
| 8. Conflicthantering | Als partij aandacht tonen voor diverse belangen en gevoelens van partijen en zoeken naar constructieve uitwegen door voorstellen te doen of conflictpartners te bewegen naar een oplossing. |
| 9. Delegeren | Eigen beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan de juiste medewerkers en toezien op effectuering. |
| 10. Durf, lef | Gaat risico's aan om een bepaald herkenbaar voordeel te behalen, ook als dit nadelige gevolgen kan hebben voor de eigen positie in de organisatie. |
| 11. Energiek | Gedurende een lange periode in hoge mate actief zijn wanneer de functie dat vraagt. |
| 12. Flexibiliteit | Indien zich problemen of kansen voordoen de eigen gedragstijl veranderen, teneinde een gesteld doel te bereiken. Effectief inspelen op veranderende omstandigheden. |
| 13. Informatie analyse | Signaleren en herkennen van belangrijke informatie in een informatierijke omgeving. Verbanden leggen tussen gegevens. |
| 14. Initiatief | Kansen onderkennen en ernaar handelen. Uit zichzelf zaken oppakken. |
| 15. Innovatief handelen | Vernieuwend en/of origineel zijn in denken en doen door creatieve ideeën om te zetten in nieuwe (beleids)producten, werkwijzen en oplossingen. |
| 16. Integriteit | In woord en daad handelen binnen algemeen aanvaarde sociale en ethische normen en waar nodig zelf daarover aanspreekbaar zijn en anderen aanspreken hierop. Zich duidelijk uitspreken over eigen waarden en normen. |
| 17. Interpersoonlijke sensitiviteit (inlevingsvermogen) | Gedrag dat getuigt van het onderkennen van de gevoelens en behoeften bij anderen. |
| 18. Klantgerichtheid | Herkent behoeften en belangen van de klant en houdt hiermee in het handelen rekening. |
| 19. Leren leren | In zich opnemen en verwerken van nieuwe situaties en informatie; leren van nieuwe ervaringen en direct toepassen van het geleerde; omgang met kritiek. Leren, leren op verschillende organisatieniveaus bijvoorbeeld: OCenW-, directie- en team- en individueel niveau. |
| 20. Luisteren | Tonen belangrijke informatie op te pikken uit mondelinge communicatie; luisteren, doorvragen en samenvatten van het betoog van een ander. |
| 21. Motiveren | Stimuleren van anderen tot actie en betrokkenheid om een bepaald resultaat te bereiken. |
| 22. Netwerken | Ontwikkelt en onderhoudt een voor de organisatie relevant netwerk van relaties, allianties en coalities die zonodig ondersteuning, informatie of medewerking kunnen geven, zowel intern als extern. |
Hieronder staat het vervolg van de omschrijvingen van de 44 competenties van het Ministerie van OC en W, zoals gemeten met de loopbaanscan.
| 23. Omgevingssensitiviteit | Laten blijken goed geïnformeerd te zijn over maatschappelijke, bestuurlijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren alsmede zicht hebben op normen en waarden; belangen en posities van anderen en daar mee om kunnen gaan. Deze kennis kunnen vertalen en effectief benutten voor eigen handelen of organisatie. |
| 24. Onafhankelijkheid | Acties ondernemen die meer gebaseerd zijn op eigen overtuigingen dan op een verlangen om anderen een plezier te doen. Een eigen koers varen. |
| 25. Onderhandelen | Onderhandelingssituaties oplossen door voor alle partijen acceptabele uitkomsten te onderzoeken en te realiseren in een spel van geven en nemen. |
| 26. Oordeelsvorming | Gegevens en mogelijke handelswijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordelingen komen. |
| 27. Operationeel management | Formuleren en uitdragen van heldere operationele doelen en deze als leidraad nemen voor het eigen handelen en het aansturen en beïnvloeden van anderen. |
| 28. Organisatiesensitiviteit | Onderkent invloed en gevolgen van beslissingen en activiteiten op (andere) onderdelen van de organisatie of betrokken partijen. |
| 29. Overtuigingskracht | Gedrag dat erop gericht is anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën en producten/diensten. |
| 30. Plannen en organiseren | Bepalen van prioriteiten en aangeven van benodigde acties, tijd en middelen om gegeven doelstellingen te kunnen bereiken. Zaken conform planning in beweging zetten en regelen. |
| 31. Politiek bewustzijn | Hanteren van het dilemma tussen ambtelijke integriteit en politieke dienstbaarheid; hanteren van het bijzondere karakter van de ambtelijke organisatie ten opzichte van de politiek enerzijds en het maatschappelijk krachtenveld anderzijds. |
| 32. Probleemoplossend gedrag | Signaleren van (complexe) problemen en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen oplossen. |
| 33. Projectmatig werken | Projectmatig werken is een uniek, complex, en tijdelijk geheel van werkzaamheden gericht op het bereiken van een met elkaar overeengekomen resultaat, dat gepland en beheerst wordt op tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie. |
| 34. Rekenschap | Toetst het werk (beleid, product, diensten) aan de volgende criteria:Continuïteit, rechtmatigheid, doelmatigheid, efficiëntie en kwaliteit. Rekenschap afleggen aan belanghebbenden (burgers, onderwijs 'ontvangers, politiek, klanten), zowel intern als extern. |
| 35. Resultaatgerichtheid/ Output gericht sturen | Gericht op effectief handelen en daadwerkelijk realiseren van beoogde resultaten (output gericht sturen/smartafspraken, specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden). |
| 36. Samenwerken | Draagt bij aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer dit niet van direct persoonlijk belang is. Zet zich in om samen met anderen doelen te bereiken. |
| 37. Snel Schakelen | Zich in een rijke informatieomgeving kunnen concentreren op snel wisselende onderwerpen en gebeurtenissen, en hierin effectief handelen. |
| 38. Strategisch en organisatiegericht sturen | Richting en sturing geven aan de organisatie door de visie te vertalen in bedrijfsprocessen en operationele doelen. |
| 39. Stressbestendigheid | Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij complicaties, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Daarbij kalm en in proportie met het belang van de zaak reageren. |
| 40. (Vak)inhoudelijke kennis | Breedte en diepte van het specifieke vakgebied en/of beleidsterrein; toepassen van vakkennis en de gerichtheid om vakkennis up-to-date te houden. |
| 41. Vasthoudendheid | Bij een bepaald actieplan of een bepaalde opvatting blijven totdat een beoogd doel is bereikt of ophoudt redelijkerwijze bereikbaar te zijn. |
| 42. Visie | Afstand nemen van de dagelijkse praktijk; zich concentreren op hoofdlijnen en beleid op de lange termijn. Doorzien van maatschappelijke, politieke en/of wetenschappelijke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren; deze combineren met eigen inzicht tot een beeldende visie en die uitdragen binnen de organisatie. |
| 43. Voortgang bewaken | Tussentijds eigen activiteiten en die van anderen op inhoud en voortgang controleren. Afwijkingen signaleren en zo nodig bijsturen en anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. |
| 44. Zelfreflectie | Zoekt actief naar persoonlijke feedback. Stelt zich kwetsbaar op. Laat zien over een reëel inzicht in de eigen sterke en zwakke punten te beschikken. |
Mocht u verder vragen hebben over dit rapport of over uw loopbaan richt u zich dan tot
Loopbaancentrum Zebra
Of stuur een e-mail naar:
zebra@minocw.nl